Marinedagen Den Helder

ingevoerd op 20-07-2015

  • IMG_0193 1
  • IMG_0195 1
  • IMG_0196 1
  • IMG_0197 1
  • IMG_0198 1
  • IMG_0214 1
  • IMG_0227 1
  • IMG_0231 1

Gepubliceerd:

Hierbij een stukje over onze reis naar Den Helder door de nieuwe kok van de Bernisse Dirk.

 

Mijn eerste vaart.

 

6 uur gaat de wekker. Het bed uit, scheren, tanden poetsen, douchen, aankleden, gesmeerde boterhammen en een banaan uit de koelkast pakken en op weg naar m’n dagelijkse werk. 7 uur achter m’n bureau, computer opstarten, mail lezen, agenda afstemmen met m’n managementassistente en de dag kan echt beginnen. Mijn bijna dagelijkse ritueel.

 

Zo ook woensdag 1 juli jongstleden. Alleen nam m’n werkdag rond de middag een bijzondere wending. Eerder naar huis, even lunchen met Helmy - mijn vrouw - en dan op naar Hellevoetsluis. Het is de dag waarop ik voor het eerst aanmonster aan boord van het bijzondere houten varend erfgoed, de Bernisse.

 

Een week eerder was ik bij Ank thuis op visite geweest. Nader kennis gemaakt, gesproken over de werkverdeling, het menu dat door Henny was bedacht besproken en een lekker bakkie koffie gedronken. Ook kennis gemaakt met Jan, de machinist van de Bernisse. Afgesproken dat we de woensdag voor vertrek met z’n drieën boodschappen zouden gaan doen voor de eerste dagen. Vervolgens in Den Helder op vrijdag de rest van de - verse - boodschappen halen. Het is immers een reis van vijf dagen waarop we rond de 20 mensen moeten ’voeren’, dus we hebben nogal wat eten nodig. Handjes geschud, kennis gemaakt met een aantal opvarenden die ik nog niet eerder gezien had, een bezoek aan de Lidl en AH, boodschappen opgeruimd, hapje gegeten, biertje gedronken en de woensdag zat er al weer op.

 

M’n eerste nacht aan boord brak aan. Ik kreeg een bedje toegewezen in het vooronder. Boven Bert. Dat heb ik geweten. Ik heb Bert leren kennen als een hele aardige vent, maar niemand had me verteld dat hij met zijn gesnurk zoveel decibellen produceert dat het geluid de pijngrens nadert. In slaap vallen is dan eigenlijk niet mogelijk, dus Bert wakker gemaakt en gevraagd of hij om kon draaien. Misschien dat hierdoor het gesnurk zou stoppen. Niet dus. Overigens had mijn kookgenoot Henny blijkbaar ook een cursus herrie maken gevolgd. Die begon vrolijk mee te doen. Dat konden mijn tere oortjes niet meer verdragen, dus een kloek besluit genomen. M’n kussen en laken onder de arm genomen, de trap omhoog gevonden en boven in de salon gaan slapen. Heerlijk rustig. Een korte nacht, maar in ieder geval genoeg uren geslapen om donderdag Ank te helpen bij het koffie zetten en ontbijt verzorgen voor we om 8 uur vertrokken.

 

Nostalgische gevoelens kregen al snel de overhand toen we op weg gingen. De brug in Hellevoetsluis werd voor ons geopend en m’n eerste ´zeemijlen´ op het Haringvliet met de Bernisse waren een feit. Vervolgens door de sluis bij Stellendam en we waren op de Noordzee. Het deed me denken aan mijn eerdere jaren bij de Koninklijke Marine. De eerste reis aan boord van Hr. Ms. Wolf als matroos der derde klasse Logistieke Dienst Verzorging. Klinkt mooi, maar als ze me nodig hadden riepen ze meestal: ”hé, kutkok!”. Een nieuwe wereld ontvouwde zich destijds voor mij. Als jonge vent, opgegroeid in de Alblasserwaard tussen koeien, knotwilgen en hooibergen. De eerste uren aan boord van de Bernisse had ik hetzelfde gevoel als toen. Vrijheid, ruimte, water. Heel veel water en niet te vergeten, schitterend weer. Op weg naar Den Helder alwaar we ons zouden voegen bij een aantal andere houten voormalige Marineschepen.

 

Maar veel tijd om te genieten van de bootreis had ik niet echt. Er moet gegeten en gedronken worden. En daar moet voor gewerkt worden, daar ben ik immers voor ’ingehuurd’. Geweldig om met z’n drieën aan de slag te gaan in en om het kombuis. Nog niet eens zo heel erg krap, maar wel heel laag. Of ben ik misschien iets te lang voor een schip uit de jaren 50? Niet zeuren, gewoon bukken. Ondertussen met de meeste bemanningsleden en oplopers kennis gemaakt. Echt super om met - voornamelijk - heren op leeftijd die de voorbije jaren heel veel ervaring op hun eigen vakgebied hebben opgedaan een schip drijvende te houden. Oh ja, had ik al gezegd dat met het stijgen van de leeftijd ook de eigenwijsheid exponentieel lijkt te stijgen? Geeft niets, dat is voor mij een deel van de charme van het varen met vrijwilligers. Sterke verhalen, de ene weet nog meer dan de ander, maar die ander vindt natuurlijk van niet. Een bonte verzameling van grotendeels voormalige zeelui waar volgens mij  zout water in plaats van bloed door de aderen stroomt.

 

Zonder iemand te kort willen doen, toch even melden dat ik onwijs veel respect heb voor ’Jan de Stoker’. Slechts 79 lentes jong en volledig toegewijd aan zijn diesels. In een keurige witte overall de trap afdalend naar de machinekamer en tsja, iets minder wit weer naar boven komend. Maar met de olie- en dieselvlekken weet Ank vast wel raad. Ze zorgt overigens niet alleen voor Jan, maar voor de voltallige bemanning van de Bernisse. Vroeg uit bed om eitjes te bakken of te koken, koffie te zetten en het ontbijt te verzorgen zodat iedereen weer met een gevulde maag aan de dag kan beginnen. Een eer om met haar te hebben mogen werken. Ze heeft me ingewijd in de geheimen van de hongerige en dorstige mannen van de Bernisse.

 

En toen kwam de haven van Den Helder in zicht. Mooi om daar binnen te komen varen. Een eigen plekje aan steiger 17. En keurig aangemeerd onder aanvoering van schipper Dik - of is het toch Dirk? Ook al zo’n vakman die z’n sporen in en om de haven van Rotterdam heeft verdiend en na zijn werkzame leven vrijwillig tijd en energie steekt in het drijvende houden van de Bernisse. En natuurlijk wilde iedereen eten, dus Ank, Henny en ik hebben daar ons steentje aan bijgedragen op de eerste vaardag. Op naar de volgende dag, de eerste van drie Marinedagen. Na een paar biertjes en nog meer sterke verhalen gaan slapen in de heetste nacht sinds we in Nederland begonnen met het meten en vastleggen van de temperatuur. En ... de tip om oorplugjes in te doen bleek een groot succes. Slapen zonder wakker te worden van klapperende huigen, wat een genot.

 

De vrijdag is aangebroken. Een bijzondere dag waarop het platform officieel van start ging met de uitreiking van bijbehorende certificaten door hoogste Marine baas, Luitenant Generaal Rob Verkerk aan boord van de Naaldwijk. Kennis gemaakt met de bemanning van de Catalina. Mooie verhalen onder het genot van een biertje in de salon. Wilde toekomstplannen qua mogelijke samenwerking tussen de oude houten vloot, voormalige landingsvaartuigen van het Korps Mariniers en de vliegende Catalinaboot. Dat moet een succes worden. Eigenlijk was de samenwerking de eerste dag al een succes. Veel dank gaat volgens mij uit naar Rolf van de Naaldwijk. Hij mag gezien worden als de grote initiator van het platform Varend Erfgoed Koninklijke Marine.

 

Nog een bijzondere gebeurtenis die wat mij betreft het vermelden waard is. Jan - welke Jan mogen jullie zelf raden - heeft aangeboden om de ’last post’ te spelen op zijn al redelijk ingesleten trompet bij een asverstrooiing. We hebben vaak gelachen om de soms wat valse noten die Jan voort wist te brengen, maar hij had toch de guts om bij deze indrukwekkende gebeurtenis deze emotionele taak op te pakken. Chapeaux!

 

Zaterdag en zondag waren de dagen waarop de meeste bezoekers langs zijn geweest. Ik heb nog geen ervaringen met eerdere evenementen, maar ik vond dat er best een flink aantal mensen langs zijn geweest. Mooi om te zien hoe sommige  bezoekers tot tranen toe geroerd waren doordat ze werden geconfronteerd met hun eigen maritieme verleden. Alleen dat al geeft de Bernisse wat mij betreft haar bestaansrecht.

 

De zondag had ik me voorgenomen om de bemanning te trakteren op een Indische maaltijd. Henny had wat meegenomen thuis vandaan en de zaterdag begon ik al met voorbereidingen voor een aantal gerechten. Met z’n drieën hebben we er volgens mij iets leuks van gemaakt wat gezien de bijna lege schalen, ook nog in de smaak viel.

 

Zo liep het weekend al weer bijna ten einde. Zondag nog even fikse regen- en onweersbuien, of was dat zaterdag? Maakt niet uit. Het was in ieder geval een schitterend weekend met overwegend mooi weer, leuk om de meeste opvarenden wat beter te leren kennen en wat mij betreft voor herhaling vatbaar.

 

Aan alles komt een einde. Zo ook aan de Marinedagen in Den Helder. Dus na het happie Indisch eten op zondag was het maandag tijd om weer richting het zuiden te varen. Niet naar Hellevoetsluis, maar naar Stellendam waar het weekend daarop de Bernisse acte de présence moest geven tijdens de vlaggetjesdag. Om vijf uur vertrokken we uit Den Helder. Ik dacht een beetje uit te kunnen slapen, maar op de één of andere manier werd ik toch net na vijven wakker. Dus maar uit bed gegaan en genoten van de mooie zonsopkomst.

Voor mij was de terugreis erg leuk. Om twee redenen. De eerst reden is dat ik een uur heb mogen sturen. Ik voelde me als een kind zo blij. Nostalgie noemen ze dag geloof ik. De tweede reden was de ’dansende’ Bernisse. Ik heb gelukkig geen last van zeeziekte dus de wind en golven die maakten dat de Bernisse aardig heen en weer ging - zelfs een keer een paaltje pikte - waren voor mij een super ’zeevaar ervaring’. Eén nadeel, Ank was niet zo heel blij met de bewegingen, dus die zocht wat rust. Henny heeft zich niet laten zien die ochtend. Die was echt zeeziek. Jammer. Maar er moest gegeten worden dus ik heb wat restanten van de zondagse hap opgewarmd en uiteindelijk toen we in de buurt van Rotterdam kwamen, was het zeetje wat rustiger geworden en kwam iedereen weer tevoorschijn.

Na de Noordzee weer door de sluis bij Stellendam met een heel nest aan zeewaardig zeiljachten naast en achter ons. Waarvan ik me afvraag of alle schippers hun boot waardig waren gezien de capriolen die ze inclusief wat geschuur langs de fenders uithaalden om de sluis uit te varen.

De schipper en zijn crew lieten tot slot nog even zien dat file parkeren met een varend museum gewoon mogelijk is. Met onwaarschijnlijke precisie werd de Bernisse op haar plaats gedirigeerd, de trossen vastgemaakt, tientallen meters walkabel uitgerold en na een laatste biertje kon het schip op slot. Het avontuur was ten einde. Wat mij betreft een schitterend avontuur.

 

Een mooi schip, super collega’s in het kombuis en ervaren rotten op het dek, in het stuurhuis en de machinekamer.